Natalie Bosscher
06 45 24 44 51

Charon Uitvaartbegleiding

Subtiele ontmoetingen, zo mooi verwoord

Subtiele ontmoetingen Ellen Zweers uit nieuwsbrief Wederzijds, lente 2017

Doet het er toe hoe ik sterf? Hoe kan ik antwoord vinden op deze vraag? Zoveel mensen, zoveel mogelijkheden, stromingen, overtuigingen, angsten, gedachten, gevoelens – zoveel blokkades te onthullen. Hoe vind ik mijn weg hierin? Erover lezen? – er is veel over geschreven. Erover praten? – herhalen van dat wat ooit gezegd en geschreven is? Wellicht ondersteboven en binnenste-buiten keren in een andere vorm, waardoor er van alle kanten licht op schijnt? In ieder geval: stilstaan bij mijn oergevoel, mijn innerlijk weten, intuïtief verbonden zijn met het onzichtbare, onbenoembare. Luisteren, steeds weer oprecht en open luisteren naar wat gehoord wil worden. Opdat ik in vrijheid tot een keuze kom.

Tijdens de begrafenis van mijn moeder kwam er een dikke hommel op visite bij de prachtige rozen die op haar draagbaar lagen. Ook kwam er langzaam een grote libelle voorbij en vloog rondjes rondom haar graf en bleef ‘stil’ zweven midden in de kring van mensen om haar heen. In de maanden na haar overlijden kwamen er vaker subtiele ontmoetingen in de natuur op me af. In onze tuin stond een sierappeltje. Eigenlijk hadden we het boompje opgegeven, want het had dat voorjaar geen bloesem gekregen. We gaven het nog een kans voor het volgende voorjaar en hadden het ondanks protest van de buurvrouw laten staan. Toen bloeide het, op 6 september, de verjaardag van mijn moeder… Wat verder in de herfst dwarrelde er een herfstblaadje in m’n bakfiets, heel gewoon in de herfst en toch anders dan anders. In diezelfde maand ‘verzon’ Susanna, mijn dochter, zonder dat ze van mijn herfstblaadje wist, dat je een wens mocht doen, als er een herfstblaadje op je zou vallen als je aan het fietsen was… Een roodborstje kwam zó dichtbij… En op plekken en momenten, waar je ze helemaal niet verwacht steeds weer die grote libelle’s.
Ik kan deze ervaringen teniet doen, door er lacherig over te doen en ze weg te wuiven als onzin. Maar wat gebeurt er als ik er wel voor open sta? Dan ervaar ik iets anders dan ik gewoonlijk in de natuur ervaar. Er komt dan meer ruimte voor mijn ‘zijn’. Mijn wereld wordt letterlijk groter. Mijn verdriet van het gemis en ‘voor altijd voorbij’ wordt getroost. Zo kan het zich transformeren naar een nieuwe manier van verbonden-zijn.

Doet het er toe hoe ik in die wereld, waar mijn moeder nu is, naar binnen treed? Hoe ik zelf door de poort van de dood ga? In ieder geval draag ik verantwoordelijkheid voor mijn eigen leven en die verantwoordelijkheid wil ik ook dragen voor mijn sterven, waar ik ook terechtkom na mijn sterven, gewoon in een kist in de aarde of als as in de Noordzee of dat mijn ziel verder reist naar een voor mij nu onzichtbare, maar wel voelbare wereld.

De energie die ik ervaar bij zo’n speciale ontmoeting met de natuur is teer en draagt schoonheid in zich, waardoor ik vermoed dat binnentreden in die andere wereld met eerbied mag gebeuren. Eerbied voor het leven, eerbied voor mezelf, eerbied voor mijn dierbaren, eerbied voor het nu nog onbekende dat voor mij ligt.

En in de voorliggende tijd mag ik me blijven verwonderen over deze subtiele ontmoetingen.